
Problemen met siernetels – zo red je de plant
Hangende bladeren? Witte donzige plekken? Kleine beestjes in de toppen? Geen paniek. De meeste problemen zijn op te lossen als je bij het juiste eind begint. Hier lopen we de meest voorkomende problemen met siernetels door en laten we zien hoe je ze herkent en wat je eraan doet.
Zoek altijd eerst uit WAT het is
Een dorstige plant, een verdronken plant en een plant met ongedierte zien er vaak precies hetzelfde uit. De aanpak is echter compleet verschillend. Zoek daarom eerst de oorzaak.
Drie simpele trucs die de diagnose makkelijker maken:
Voel aan de grond – een paar centimeter diep en niet alleen aan het oppervlak.
Bekijk de onderkant van de bladeren bij goed licht en het liefst met een loep of de zoom van je telefooncamera.
Houd een wit vel papier onder de bladeren en schud de plant voorzichtig – kleine beestjes die vallen zie je meteen.
Maak een foto van de schade voordat je begint met behandelen. Dan kun je achteraf vergelijken en zien of de behandeling werkt.
De siernetel hangt slap – dorst of wortelrot?
Dit is het belangrijkste onderscheid dat je moet maken. Want als je verkeerd gokt, maak je het probleem erger.
Hangen de bladeren en is de grond droog? Dan is het dorst. Geef water en de plant herstelt zich meestal binnen een paar uur. Siernetels gaan snel slap hangen maar herstellen net zo snel. Is de plant daarentegen helemaal uitgedroogd en heeft hij lang droog gestaan, dan is herstel niet zeker.
Hangen de bladeren terwijl de grond nat is? Dan is het hoogstwaarschijnlijk wortelrot. Het verraderlijke is dat de plant er dorstig uitziet. Maar meer water maakt het juist erger. Wortelrot ontstaat als de wortels te lang nat staan. Vaak komt het door compacte grond of een pot zonder gat in de bodem. Aangetast weefsel wordt bruin, zacht en vaak slijmerig.
Zo red je een plant met wortelrot:
1. Graaf de plant op en spoel de wortels af.
2. Snijd alles weg wat bruin en zacht is. Gezonde wortels zijn licht en stevig.
3. Verpot in verse, luchtige grond in een schone pot met een gat in de bodem.
4. Geef spaarzaam water tot de plant weer groeit.
Is de stengel aangetast? Snoei hard terug tot gezond weefsel, of neem gezonde stekken van de toppen en gooi de moederplant weg. In de winter is te veel water de meest voorkomende doodsoorzaak bij siernetels. Een plant in winterrust drinkt maar een fractie van wat hij in de zomer dronk. Wie in hetzelfde tempo blijft gieten, verdrinkt de wortels.
De siernetel verliest blad
Verliest je plant blad in de herfst en winter, dan is dat meestal helemaal normaal. Als het licht tekortschiet, stoot de plant oude bladeren af en steekt hij zijn energie in de bladeren die overblijven. De takken kunnen behoorlijk kaal worden, maar de plant rust en is niet aan het doodgaan. Zet de plant voor je lichtste raam, geef spaarzaam water en wacht op het voorjaar. Of geef hem een kweeklamp, dan groeit hij door. Hoe je je siernetels de winter doorhelpt, lees je in Siernetels in de winter.
Verliest de plant blad midden in het seizoen, dan is dat juist een teken dat er iets mis is. Onderzoek drie dingen:
De watergift – zowel te veel als te weinig water laat de plant blad verliezen.
De pot – groeien de wortels door de drainagegaten naar buiten, dan is het tijd om te verpotten.
De onderkant van de bladeren – daar verstopt ongedierte zich het vaakst.
Gele bladeren of bruine randen?
Als vuistregel:
Gele bladeren – komen meestal door te veel water, te weinig voeding of te weinig licht.
Bruine, droge bladranden – komen meestal door uitdroging of te felle zon.
Bruine, zachte vlekken die zich uitbreiden – dan is het bladschimmel. Verwijder aangetaste bladeren, laat de grond opdrogen tussen de waterbeurten en geef de planten lucht om zich heen.
Ongedierte op siernetels – de meest voorkomende beestjes
Krijgen je siernetels ongedierte, dan komt de besmetting meestal mee met een nieuwe plant of stek. Bedenk ook dat de bladeren gevoelig zijn voor sproeien. Gebruik milde middelen zoals zeepoplossing. Een simpel recept is een halve deciliter (50 ml) groene zeep per liter water. Sproei 's ochtends of 's avonds, want natte bladeren kunnen verbranden in de volle zon. Test eerst op één blad.
Trips – zilverige, droge vlekken op de bladeren met kleine zwarte puntjes, de uitwerpselen van de beestjes. Het insect zelf is 1–2 mm, smal en vliegend. Isoleer de plant, spoel beide kanten van de bladeren af en sproei met zeepoplossing. Sproei ook de buurplanten preventief. Ze kunnen aangetast zijn zonder dat je het ziet. Een truc is om een plastic zak een paar uur na de behandeling om de plant te knopen, zodat het middel de tijd krijgt zijn werk te doen. Herhaal de behandeling na een paar weken. De eitjes zitten beschermd in het bladweefsel, dus één behandeling is nooit genoeg. Tegen trips kun je ook roofmijten bestellen, natuurlijke vijanden die het best werken bij een beginnende aantasting.
Spintmijt – heel veel kleine lichte puntjes, doffe bladeren en in een later stadium ook dun wit spinsel aan de onderkant. Spoel de onderkant krachtig af, veeg na met een microvezeldoekje en behandel met zeepoplossing. Spintmijt gedijt in warme, droge lucht, dus een hogere luchtvochtigheid werkt ze tegen. Je kunt ook roofmijten bestellen die spintmijt eten.
Dwerggroei – mijten in de toppen. Stopt de plant met groeien? Blijven de nieuwe bladeren klein, hard en leerachtig? Blijft de kleur uit? Dan zitten er waarschijnlijk mijten in de topscheuten. Ze zijn te klein om zonder sterke vergroting te zien. Knip aangetaste toppen weg en behandel herhaaldelijk gedurende twee tot drie weken met bladglansspray die paraffineolie bevat. Bladglans is een spray waarmee je bladeren laat glanzen, en je vindt hem in het tuincentrum. De olie dringt de topscheuten binnen en verstikt de mijten. Flink terugsnoeien geeft vaak gezonde hergroei.
Bladluizen – groene luizen aan de onderkant en op de topscheuten. Verwijder aangetaste bladeren. Hebben de luizen zich over de hele plant verspreid? Spoel hem af onder de douche en behandel om de week met zeepoplossing tot de aantasting weg is.
Wittevlieg – kleine witte vliegende beestjes die zich snel vermenigvuldigen in een warme, droge omgeving. Sproei zeepoplossing zorgvuldig over de hele plant, vooral op de onderkant van de bladeren en in de topscheuten, waar de eitjes en larven zitten. Herhaal na twee weken.
Rouwvliegjes – kleine zwarte vliegjes op het grondoppervlak. De larven leven in vochtige grond en hebben het vooral gemunt op zaailingen en kleine planten. Het effectiefste middel zijn aaltjes, natuurlijke vijanden die de larven in de grond bestrijden. Laat het grondoppervlak opdrogen tussen de waterbeurten, want de eitjes hebben vocht nodig, zet gele lijmvallen neer die de volwassen vliegjes vangen, en leg perliet of grind op het oppervlak.
Wolluis – kleine vuilwitte beestjes die op pissebedden lijken en witte, wollige plukjes op de bladeren vormen. Verwijder ze met een wattenstaafje gedoopt in een mengsel van gelijke delen brandspiritus, groene zeep en warm water. Herhaal om de week. Dat werkt zolang de aantasting klein is. Heeft de wolluis zich verspreid, dan moet je de hele plant meerdere keren, met een week ertussen, met zeepoplossing besproeien. Je kunt ook de natuurlijke vijand Cryptolaemus bestellen, een lieveheersbeestje waarvan de larven de wolluizen opeten. Een zwaar aangetaste plant kun je vaak het makkelijkst weggooien.
Wit dons – meeldauw of wolluis?
Twee totaal verschillende problemen die makkelijk te verwarren zijn:
Meeldauw – een schimmelziekte die zich laat zien als een egale, witpoederige laag op bladeren en stengel. Hij komt het meest voor bij de temperatuurwisselingen in voor- en najaar. Verwijder aangetaste bladeren, verbeter de luchtcirculatie, geef een tijdje minder voeding en behandel met een middel op zwavelbasis zoals Kumulus.
Wolluis – beestjes die wol vormen die op kleine watjes lijkt. In de watjes vind je de luizen zelf. De behandeling vind je in de lijst hierboven.
Kijk goed om ze uit elkaar te houden. Zie je beestjes, dan is het wolluis, en is het een egaal poeder, dan is het meeldauw.
Als de plant niet te redden is
Krijgen de bladeren ronde vlekken in ringpatronen of gemarmerde patronen in verschillende kleuren, dan kan het INSV-virus in het spel zijn. Het virus wordt verspreid door trips. Er is helaas geen middel tegen. Gooi de plant weg en houd de buurplanten in quarantaine. Hetzelfde geldt voor zware aantastingen door topscheutmijten als je veel planten hebt. Soms is het goedkoper om één plant weg te gooien dan het risico te lopen de rest van je planten te besmetten.
Voorkomen – goedkoper dan behandelen
Koop bij betrouwbare verkopers – dan is het risico op ongedierte het kleinst.
Koop bij zo weinig mogelijk verschillende verkopers – elke nieuwe verkoper is een nieuwe weg naar binnen voor ongedierte. Koop liever meerdere stekken bij één en dezelfde.
Quarantaine voor alle nieuwkomers. Zet nieuwe planten apart en inspecteer ze regelmatig. Het gangbare advies is één tot twee weken. Ervaren verzamelaars houden de quarantaine twee tot drie maanden aan, omdat de levenscycli van mijten lang zijn en verstekelingen vaak juist meekomen als je planten in de winkel koopt. Hoe meer planten je moet beschermen, hoe langer de quarantaine moet duren.
Controleer de onderkant als je toch water geeft. Vroege aantastingen zijn makkelijk te stoppen en kunnen vaak gewoon worden weggeknipt.
Kweek zelf uit zaad – ongedierte komt mee met planten en stekken, nooit met zaad. Bij ons vind je zaden van meer dan 70 soorten siernetels.
Svenska
English
Dansk
Deutsch
Français
Español
Suomi
Norsk
10 feiten over siernetels
5 accessoiretips voor siernetels
Blauwe siernetel
Grond voor siernetels
Siernetels snoeien
Zeldzame siernetels
Siernetel zaad
Siernetels verzorgen
Soorten siernetel
Siernetels stekken
Siernetels buiten
Siernetels in de winter
Hoe siernetels worden gezaaid
Zijn siernetels giftig voor katten?