5 accessoiretips voor siernetels

Welkom! Hier zijn vijf accessoires die je kansen vergroten om te slagen met siernetels – van het zaaien tot een grote, kleurrijke plant. Het zijn dezelfde accessoires die we zelf elk seizoen gebruiken.



1. Kleipot met drainagegat en schotel

Het belangrijkste accessoire van allemaal. Siernetels gedijen in luchtige, goed gedraineerde grond en kunnen er niet tegen om met hun wortels in het water te staan – te veel water geven is een van de meest voorkomende redenen waarom planten doodgaan. Een kleipot ademt, en door het gat in de bodem loopt overtollig water weg in de schotel.

Goedkope kleipotten vind je bijvoorbeeld bij IKEA – de modellen Brunbär en Muskotblomma.

Wil je een mooie sierpot zonder gat gebruiken? Zet de plant dan in een binnenpot met gaten en plaats die in de sierpot – zo kun je hem eruit tillen en het overtollige water afgieten. Plant je rechtstreeks in de sierpot, dan is een laag leca-bolletjes op de bodem een must.



2. Voeding – het geheim achter grote planten

Siernetels groeien snel en putten de potgrond in hoog tempo uit. Geef daarom ongeveer één keer per week in het voorjaar en de zomer vloeibare plantenvoeding – de dosering op de verpakking is ruim voldoende. Liever iets te weinig dan te veel: een overdaad aan voeding dempt namelijk de bladkleuren.

Zelf gebruiken we Formulex, een voeding die een gezonde plant opbouwt zonder focus op bloei – precies wat siernetels willen, omdat de bloemknoppen toch worden weggeknipt. Maar met elke vloeibare plantenvoeding red je je prima.

In de winter hebben rustende planten helemaal geen voeding nodig – de uitzondering: planten die onder een kweeklamp staan en doorgroeien.



3. Perliet

Perliet is een vulkanisch materiaal dat na verhitting wit en poreus wordt – bijna als verkruimeld piepschuim. Meng ongeveer 20% door gewone potgrond: de grond wordt luchtiger, de wortels krijgen meer zuurstof, zaden kiemen sneller en jonge planten wortelen beter.

Perliet is los te koop of kant-en-klaar gemengd met potgrond. Hoe je precies de beste grond voor siernetels mengt, lees je hier: grond voor siernetels.



4. Plantenspuit en kweekkasje

Zaden hebben een gelijkmatig vochtige omgeving nodig om te kiemen. Een plantenspuit met een zachte, fijne nevel laat je het zaaisel naar behoefte bevochtigen – bijvoorbeeld 's ochtends en 's avonds – zonder de tere kleine plantjes te beschadigen.

Een kweekkasje – of een stuk plasticfolie met luchtgaatjes – houdt het vocht vast tussen het sproeien door en geeft het zaaisel een gelijkmatig, beschermd klimaat. De complete zaaigids vind je hier: siernetels zaaien.



5. Kweeklamp

Wil je planten opkweken uit zaad wanneer het daglicht tekortschiet, dan is kweekverlichting een must. In Noord-Europa geldt dat ongeveer van september tot maart–april. Het hoeft geen speciale kweeklamp te zijn. Een gewone tl-buis werkt prima – zoals er vaak eentje boven het aanrecht hangt. Houd de lamp dichtbij, zo'n 10 cm boven het zaaisel. Met extra licht voorkom je lange, slappe planten, en ze groeien sneller. Doe de lamp aan als je 's ochtends opstaat en uit als je gaat slapen – en sproei het zaaisel dan meteen even.

Siernetels komen de winter prima door voor een licht raam. Ze worden wat bleker en verliezen wat blad, maar dat is gewoon de ruststand – ze knappen weer op zodra het licht terugkeert. Wil je daarentegen dat je lievelingsplanten in de donkere maanden blijven doorgroeien en hun kleuren houden, dan is het de kweeklamp die het verschil maakt. Hoe je je siernetels de winter doorhelpt, hebben we hier verzameld: siernetels in de winter.

Artikelen