
Siernetels verzorgen – de complete gids
De siernetel – of coleus, zoals hij in het Engels heet – is een van onze dankbaarste planten. Hij groeit snel, de kleuren zijn ongeëvenaard en hij vergeeft bijna alles. Maar een paar dingen maken het verschil tussen een kale spriet en een dichte, bossige plant die knalt van de kleur.
Licht en standplaats
Siernetels houden van licht, maar de meeste soorten verbranden in felle middagzon. Ideaal is halfschaduw, waar de plant ochtend- en avondzon krijgt maar midden op de dag beschut staat. Goed licht geeft de intensiefste kleuren. Staat de plant te donker, dan worden de kleuren donkerder en matter en wordt de plant al snel rank. Sommige series (zoals Premium Sun) zijn gekweekt voor zonnige plekken en verdragen volle zon beter dan andere siernetels. Draai de pot regelmatig, dan groeit de plant gelijkmatig naar alle kanten in plaats van naar het licht te trekken.
Water geven
Siernetels willen gelijkmatig vochtig staan, maar nooit nat. Twijfel je, dan is het beter een dag te wachten dan één keer te veel water te geven. Drogen ze uit, dan zijn ze dramatisch. De hele plant hangt als een vaatdoek, maar staat meestal binnen een uur na het water geven weer overeind. Laat de bovenlaag opdrogen tussen de waterbeurten en zorg dat de pot goed afwatert. Een simpele test is de pot optillen. Voelt hij licht, dan is het tijd om water te geven, voelt hij zwaar, dan kun je wachten. Pas op voor de valkuil van wortelrot. Hangt de plant terwijl de grond nat is, dan is het rot en geen dorst, en meer water maakt het alleen maar erger.
Grond en voeding
Siernetels willen luchtige, poreuze en goed gedraineerde grond. Meng de grond gerust met perliet en leg leca-bolletjes op de bodem van de pot. Een kleipot met drainagegat en schotel is het allerbelangrijkste, omdat klei ademt en de grond meer lucht krijgt. Welke accessoires we zelf gebruiken, lees je in 5 accessoiretips voor siernetels. En bezuinig niet op de potmaat – een grotere pot geeft een grotere plant. In een grote pot duurt het langer voor de grond opdroogt, geef dus water op gevoel in plaats van op schema. Meer over grond, potkeuze en verpotten vind je in Grond voor siernetels.
Bij voeding geldt liever zwak en vaak dan sterk en zelden. Wij geven tijdens het groeiseizoen bij vrijwel elke waterbeurt een zwakke dosis vloeibare voeding (Formulex). Wil je liever niet bij elke waterbeurt voeding mengen, dan kun je ook om de één à twee weken voeding geven. Maar houd de dosis zwak. Te veel voeding dempt juist de bladkleuren. In de winter rust de plant en heeft hij geen extra voeding nodig.
Een truc al bij het planten
Wil je snel een grote, volle plant? Zet vanaf het begin twee of drie stekken in dezelfde pot. Samen vullen ze de pot sneller en zien ze eruit als één grote, dichte plant.
Toppen – het geheim achter bossige siernetels
Siernetels moeten getopt worden om dicht en bossig te worden. Knijp of knip de topscheut weg boven een bladpaar zodra de plant 3 tot 4 bladparen heeft. Uit de bladoksels vlak onder de snede komen nieuwe scheuten, dus één keer toppen verdubbelt het aantal takken. Herhaal dit bij de nieuwe scheuten zodra ze een paar bladparen hebben. Wil je een nog dichtere en bossigere plant, dan vind je alles in onze gids Siernetels snoeien.
Bloemen – knijp ze weg
Als siernetels bloeien, steekt de plant zijn energie in de bloei in plaats van in de bladeren, en veel soorten worden rank. Knijp de bloemknoppen weg zodra ze verschijnen. Knip gerust twee bladparen onder de knop weg, dan vertakt de plant zich daar. Voorkom je de bloei, dan blijven de kleuren langer mooi.
De siernetel buiten in de zomer
Zodra de nachten stabiel boven ongeveer 10 °C blijven, doet de siernetel het buiten uitstekend in een pot, balkonbak of border, het liefst op een beschutte plek.
Richting de herfst, als de nachten kouder worden, is het tijd om in actie te komen. Wacht niet op de eerste vorst. Ons advies is stekken te nemen en kleine planten te laten overwinteren in plaats van de grote naar binnen te halen. Planten die de hele zomer buiten hebben gestaan, nemen makkelijk ongedierte mee naar binnen, en van daaruit verspreiden de plagen zich naar de andere planten op de vensterbank. Wil je toch een hele plant redden waar je geen afscheid van kunt nemen? Spoel hem grondig af, inspecteer hem goed (vergeet de onderkant van de bladeren niet) en houd hem één tot twee weken in quarantaine in een aparte kamer voordat hij gezelschap krijgt. De complete buitengids vind je in Siernetels buiten.
Zo kom je de winter door
Zet de plant zo licht mogelijk (het liefst onder een kweeklamp) en niet kouder dan ongeveer 10 °C. Geef veel spaarzamer water dan in de zomer. Voel met je vinger een stukje diep in de grond voordat je water geeft – die moet opgedroogd zijn. Vermijd de plek recht boven een warme radiator, omdat droge opstijgende warmte en siernetels een slechte combinatie zijn. Geef geen voeding tijdens de winterrust. De uitzondering zijn planten die onder een kweeklamp staan en echt groeien.
Knip grote planten in oktober gerust een stuk terug zodat de bladmassa afneemt, maar laat altijd wat bladeren zitten. Die vangen het schaarse winterlicht op. Met de stevige snoei wacht je tot het voorjaar. De complete wintergids vind je in Siernetels in de winter. Wil je in het voorjaar opnieuw beginnen met zaad, dan vind je de complete zaaigids in Siernetels zaaien.
Veelvoorkomende problemen
De siernetel verliest bladeren – het vaakst in de winter, als de plant te donker, te koud of te nat staat. Zet hem op een lichtere plek, geef minder water en houd hem weg van koude vensterbanken en tocht.
Slap hangende plant – bijna altijd watertekort als de grond droog is. Geef water, dan staat hij meestal binnen een uur weer overeind. Hangt de plant terwijl de grond nat is, dan kan het wortelrot zijn. Stop met water geven en laat de grond opdrogen.
Ranke groei – bijna altijd te weinig licht. Zet de plant op een lichtere plek en top hem daarna om weer een dichtere vorm op te bouwen.
Bleke kleuren – meestal te felle zon. Zet de plant op een meer beschutte plek. Worden de kleuren juist donkerder en matter, dan staat de plant te donker.
Nieuwe bladeren blijven klein, hard en groen zonder bladtekening – het klassieke teken van topscheutmijt. Knip aangetaste toppen weg en behandel met een zeepoplossing, ca. ½ dl (50 ml) groene zeep per liter water.
Kleine witte beestjes / plakkerige bladeren / zilverige vlekken – wittevlieg, bladluizen, trips en spintmijt houden ook van siernetels. Spoel de plant af (vooral de onderkant van de bladeren) en behandel met dezelfde zeepoplossing. Sproei voorzichtig en nooit in direct zonlicht, omdat siernetelbladeren snel vlekken krijgen.
Wit poeder op de bladeren – meeldauw, een schimmelziekte die graag opduikt bij de temperatuurwisselingen in voor- en najaar. Verwijder aangetaste bladeren en geef de planten een luchtigere standplaats.
De plant groeit niet – gaat het goed met hem maar staat hij stil? Probeer een herstart. Knip een paar kleine topscheuten af, laat ze wortelen in luchtige grond en gooi de moederplant weg. De stekken schieten vaak weg op een manier die de oude plant nooit haalde.
Zijn siernetels giftig voor katten en honden?
Nee. Siernetels zijn niet giftig voor katten of honden, dus je hoeft je geen zorgen te maken als je ze in huis hebt. Lees meer in Zijn siernetels giftig voor katten?.
Veelgestelde vragen
Hoe heet de siernetel in het Engels?
Coleus. De Latijnse naam is Coleus scutellarioides.
Hoe vaak moet je een siernetel water geven?
Als de bovenlaag van de grond is opgedroogd – voel met je vinger in de grond. De planten drinken meer in de zomer en hebben in de winter minder nodig.
Hoe top je een siernetel?
Knijp de topscheut weg boven een bladpaar zodra de plant 3 tot 4 bladparen heeft. Nieuwe scheuten komen uit de bladoksels onder de snede.
Kan een siernetel buiten staan?
Ja, de hele zomer, zolang de nachten boven ongeveer 10 °C blijven. Haal de planten naar binnen als de nachten in de herfst kouder worden, want siernetels verdragen geen vorst.
Waarom verliest mijn siernetel bladeren?
Meestal gebeurt dat in de winter, als de plant te donker, te koud of te nat staat. Zet hem op een lichtere, warmere plek en geef minder water.
Wil je meer soorten om te verzorgen?
Wij hebben zaden van meer dan 70 soorten siernetels, waaronder zeldzame soorten die je nergens in de winkel vindt.
Svenska
English
Dansk
Deutsch
Français
Español
Suomi
Norsk
10 feiten over siernetels
5 accessoiretips voor siernetels
Blauwe siernetel
Grond voor siernetels
Siernetels snoeien
Zeldzame siernetels
Siernetel zaad
Soorten siernetel
Siernetels buiten
Siernetels in de winter
Hoe siernetels worden gezaaid
Zijn siernetels giftig voor katten?